In veel therapieën wordt angst gezien als een overactief alarmsysteem, vaak gebaseerd op eerdere ervaringen, overtuigingen of een ontregeld zenuwstelsel. Behandeling richt zich op blootstelling, herconditionering of het leren omgaan met triggers, vaak vanuit het idee dat angst ‘aangeleerd’ is en dus ‘afgeleerd’ moet worden.
Vanuit de drie principes is angst niets anders dan een tijdelijke gedachte, krachtig beleefd in bewustzijn. Het is geen vijand, maar een ervaring die ontstaat in het moment. Niet omdat er écht gevaar is, maar omdat het denken op dat moment zo werkt. Zodra je ziet dat je angst niet zegt wat waar is—alleen wat je op dat moment dénkt—komt er ruimte.
Je hoeft angst dus niet te reguleren, analyseren of overwinnen. Je hoeft het alleen te herkennen voor wat het is: een vergankelijke ervaring, voortkomend uit het feit dat je leeft in een bewustzijnssysteem dat denkt. Angst verliest zijn greep zodra het niet meer als waarheid wordt gezien.
Wat als angst een gezonde werking van je bewustzijn is, die je alleen maar serieus lijkt omdat je tijdelijk vergeten bent hoe het werkt?